Inplantingssoftware en echtverklaring
3. Gebruiksvoorwaarden van de inplantingssoftware
3.1 Een Afficheur of een Affichageregie kan licentiehouder worden, wanneer:
- hij lid is van het CIM of wanneer zijn lidmaatschapsaanvraag aanvaard werd door het Bureau en het Raad van Bestuur van het CIM;
- hij zonder voorbehoud instemt met de Statuten van het CIM, het Huishoudelijk Reglement van de Technische Commissies, de maatregelen getroffen door de Technische Commissie Affichage;
- hij intekent op de Affichagestudie en na betaling van het inschrijvingsgeld op de Affichagestudie en zijn jaarlijkse bijdrage tot de affichagestudie;
- na dit reglement te hebben ondertekend bij de inschrijving.
3.2 Na inschrijving en betaling van het inschrijvingsgeld, levert het CIM aan de licentiehouder:
- de details betreffende de hardware vereisten die de optimale werking van deze inplantingssoftware waarborgen;
- de CD-rom met de installatiekit van de inplantingssoftware en/of een link naar een FTP website;
- een gebruiksaanwijzing over hoe een paneel in de kaart ingeplant moet worden.
3.3 Zodra de inplantingssoftware geplaatst is, meldt de licentiehouder de volgende gegevens aan het
CIM:
- minstens één contactpersoon per licentiehouder en diens e-mail;
- de gebruikte codering voor de identificatie van netwerken.
3.4 De licentiehouder verklaart kennis te hebben genomen van de voorwaarden die het CIM op haar beurt dient na te leven in het kader van de levering van deze software (onder andere de TeleAtlas licentie) en verklaart zonder voorbehoud of restrictie deze voorwaarden na te leven.
3.5 Deze licentie wordt toegekend aan de afficheurs (en hun regies) voor dezelfde duur als de licentie waarover het CIM zelf beschikt, waarmee wordt bedoeld dat het CIM op elk ogenblik een einde mag stellen aan haar licentie zonder hiervoor verantwoording te moeten afleggen.
3.6 Het gebruik van de software is strikt persoonlijk en individueel, beperkt tot 1 werkpost zodat de licentiehouder zich er bijgevolg toe verbindt om geen enkele kopie hiervan te maken, deze niet te verspreiden en ook niet via een intern netwerk met andere te delen.
3.7 De software biedt de volgende mogelijkheden aan:
- het inplanten van CIM panelen;
- het inplanten van niet CIM panelen (al dan niet virtueel) om zo het aanbod in het panelenpark in de toekomst te vergroten of te optimaliseren;
- de overeenstemmende prestaties ervan te simuleren, op voorwaarde dat er ook overeenstemmende verplaatsingsgegevens voorhanden zijn;
- het vrij invoeren van bijkomende comentaar (voor zover hiertoe ruimte is voorzien).
- het consulteren van zijn ingeplant panelenpark;
- het afbreken of deactiveren van bestaande panelen;
Enkel de CIM panelen kunnen gepubliceerd worden (zie punt 7).
3.8 Deze handelingen zijn mogelijk op voorwaarde dat niet geraakt wordt aan de basisinstellingen van het invoerprogramma zoals de instellingen van TeleAtlas.
3.9 De gesimuleerde prestaties zijn uitsluitend voor intern gebruik en mogen in geen enkel geval onder het CIM label aan derden getoond worden of gepubliceerd worden. Dit omdat de betreffende panelen geen CIM panelen zijn en tevens niet door het CIM zijn echtverklaard.
4. Werking van de inplantingssoftware
4.1 De handleiding legt uit hoe de inplanting praktisch en concreet dient te worden uitgevoerd. Elke actualisering van dit document wordt bezorgd aan de afficheurs.
4.2 Dit document is een essentiële en onafscheidelijke aanvulling bij deze handleiding. Het bevat meer bepaald de regelgeving die moet nageleefd worden voor de correcte invoering van een paneel dat in aanmerking dient genomen te worden bij de berekening van haar prestaties in het kader van de CIM Affichagestudie.
4.3 Om een duidelijk onderscheid te maken tussen panelen die via deze software door een afficheur werden ingevoerd en panelen die in de CIM Affichagestudie dienen opgenomen te worden, zullen we deze laatste in wat volgt steeds een « CIM Paneel» noemen.
4.4 De inplanting van een CIM paneel is aan specifieke regels onderworpen die in wat volgt uitvoerig aan bod komen.
5. Inplantingsgegevens voor CIM panelen
5.1 De afficheurs die deelnemen aan de CIM Affichagestudie zijn verantwoordelijk voor de nauwkeurige inplanting van hun CIM panelen. Deze nauwkeurige inplanting heeft niet alleen betrekking op de juiste plaats op de kaart, maar ook op de nauwkeurige invoering van een aantal gegevens zoals type, grootte, weggedeelten van waaruit het paneel zichtbaar is, enz.
5.2 De afficheur dient alle nodige schikkingen te treffen opdat zijn CIM panelen juist in de kaart gepositioneerd worden. Hierbij dient niet enkel gezorgd te worden dat het CIM paneel binnen het juiste weggedeelte geplaatst wordt, maar ook op de juiste plaats binnen het betreffende weggedeelte, hierbij rekening houdend met gekende XY coördinaten, huisnummers, point of interests evenals met de afstand t.o.v.van de rijweg en eventueel het fiets- of voetpad.
5.3 Indien de X en Y coördinaten van een paneel niet gekend zijn door de afficheur, dan zullen deze door de computer gegenereerd worden bij het inplanten in de kaart. De plaats waar het paneel werd ingeplant, wordt aangeduid door een ‘T’.
5.4 De X en Y coördinaten dienen tot op de decimeter nauwkeurig te zijn.
5.5 Vervolgens dient de afficheur de voorkant van het CIM paneel of met andere woorden de zichtbare
zijde aan te duiden. Dit gebeurt door het verticale been van de ‘T’ te draaien en juist te positioneren in graden t.o.v. de noord-zuid as. De positie van het verticale been van de ‘T’ dient tevens overeen te stemmen met het midden van de voorzijde van het paneel.
5.6 De inplantingssoftware zal rond de ‘T’ een halve cirkel trekken, waarvan de straal overeenstemt met
de afstand van waaruit het paneel zichtbaar is (deze afstanden werden in functie van het formaat van het bord, door de Technische Commissie vastgelegd). Alle weggedeelten die binnen deze halve cirkel vallen worden expliciet weergegeven in het dialoogvenster. Voor elk van deze weggedeelten die binnen de halve cirkel vallen dient de afficheur nauwkeurig aan te geven of het CIM paneel al dan niet zichtbaar is.
5.7 De afficheur kan voor een bestaand paneel, de weggedeelten van waaruit een paneel zichtbaar verbeteren of wijzigen zoals beschreven in de handleiding van de inplantingssoftware.
5.8 Door het geografisch juist inplanten op de kaart identificeert de inplantingssoftware de overeenstemmende postcode evenals de juiste CIM Habitat (oude en nieuwe definitie) waartoe het paneel behoort.
5.9 Hier volgen een aantal variabelen (cfr. pdf) die voor elk CIM paneel VERPLICHT dienen genoteerd te worden.
5.10 In de inplantingssoftware zijn tevens een aantal velden voorzien waarvoor de afficheur vrij mag beslissen of hij er al dan niet gebruik van maakt. Het betreft hier meer bepaald het veld “Comments”, beschikbaar in het venster Add/Edit Outdoor item in de software.
6. Echtverklaring
6.1 Elke licentiehouder van de inplantingssoftware aanvaardt de mogelijkheid van een echtverklaringscontrole van de in de software ingevoerde CIM panelen door het CIM of zijn afgevaardigde. Elke inschrijver verbindt er zich toe alles in het werk te stellen om een dergelijke controle te vergemakkelijken.
6.2 Deze controle kan zowel betrekking hebben op de geografische correctheid als op de toegekende eigenschappen van elk CIM paneel.